| 22Januari tot 15 maart
1947, een extreem koude periode. |
| In de Bilt eindigde januari met 10 ijsdagen, er was
in deze periode veel zon en af en toe viel er wat sneeuw. In februari
ging de winter vrolijk door. Op 4 en 5 februari probeerde een
lagedrukgebied de vorst in ons land te verdrijven maar die poging lukte
niet. Het lagedrukgebied trok onder ons land door naar het oosten
(figuur 4) en alleen in het zuiden kwam het kwik even boven nul. In de
rest van het land bleef het vriezen en viel er enkele centimeters
sneeuw die door de harde oostelijke wind begon te stuiven. |
| Figuur 4: weerkaart
5 februari 1947 |
 |
| Door de langdurige vorst had zich overal een
beresterke ijsvloer gevormd en op 9 februari kon dan ook onder barre
omstandigheden de 11 stedentocht worden verreden (figuur 5). |
| Figuur 5: Foto
van de 11 stedentocht van 9 februari 1947 |
 |
| Op 11 en 12 februari trok er opnieuw een
lagedrukgebied onder Nederland door naar het oosten en kon er opnieuw
van een sneeuwstorm gesproken worden. Vooral in de noordelijke
provincies was het bar en boos. Gehele dorpen raakten geïsoleerd en
autorijden was dan ook onmogelijk geworden. In het onderstaande
krantenartikel is fraai te lezen wat het winterweer met de maatschappij
deed: |
 |
| Ondertussen begon door het aanhoudende vriezende
weer de Noordzee te bevriezen. Op 15 februari werd een ijsveld van 6.4
kilometer lengte op de Noordzee waargenomen. Rond 20 februari verdween
het hogedrukgebied boven Scandinavië van de weerkaarten. Dooien ging
het echter nog steeds niet want boven Groenland ontwikkelde zich een
hogedrukgebied van meer dan 1060 HpA die de Atlantische depressies
genoeg tegengas wist te bieden om ons land in de vorst te houden
(figuur 6) |
| Figuur 6: weerkaart
21 februari 1947: |
 |
| Eind februari werd de toestand op veel fronten
kritiek, scheepvaartverkeer was onmogelijk en er dreigde dan ook
olietekorten. De Noordzee was, vanaf het strand gezien, 1 grote
ijsvlakte geworden en op veel plaatsen was er door de enorme
sneeuwduinen geen wegverkeer meer mogelijk. Veel mensen verlangden dan
ook naar het einde van de winter maar die mensen moesten nog enkele
weken wachten. Met maart op de kalender brak de lente absoluut nog niet
aan. Het winterweer werd zelfs nog grimmiger. Op 1 maart trok een
depressie over ons land naar het noorden (figuur 7)en zorgde voor
plaatselijk meer dan 10 centimeter verse sneeuw. Achter deze depressie
draaide de wind naar het westen maar zelfs een westenwind gaf geen dooi
meer. De temperatuur van het zeewater lag onder nul dus was de
aangevoerde zeelucht zeer koud. |
| Figuur 7: weerkaart
1 maart 1947: |
 |
| Tot en met 15 maart bleef het koud kwakkelweer met
vooral in het noorden zeer lage temperaturen voor de tijd van het jaar
en enkele malen extreem veel sneeuw. Op 6 maart kopten het
Noord-Hollands dagblad: Siberische toestanden in Noord Holland! Het was
dan ook echt bar en boos. Tussen Alkmaar en Hoorn was er een trein
ingesneeuwd die later door een werklocomotief met een sneeuwschuiver
bereikt kon worden. Ook wegverkeer was totaal onmogelijk. Op 8 maart
daalde de temperatuur in de Bilt tot -10.8 graden. 13 Maart melde het
Noord Hollands dagblad: Schagen in nood! Deze krantenkop had betrekking
op de enorme hoeveelheden sneeuw en de aanstaande dooi. Men was bang
dat het smelten van de sneeuw zou leiden tot enorme overstromingen. Op
16 en 17 maart dook een lagedrukgebied via de Britse eilanden over de
Noordzee naar Denemarken en werd met een zuidwester storm de vorst uit
ons land verdreven. De lange winter was voorbij en men kon zich gaan
opmaken voor de lente en de zomer. De zomer zou de warmste allertijden
worden! |
foto van
15 februari 1947 |
de
scheepvaart lag weken lang stil |
| Net als in 1963 waren er uitgestrekte ijsvelden op
de Noordzee te vinden. Op de onderstaande foto's ziet u hoe prachtig de
natuur aan de kust kan zijn. |
 |
Ook op
de Britse eilanden was deze winter zeer streng! Op de volgende link
zijn daar artikelen en veel weerkaarten van te vinden:http://homepage.ntlworld.com/gesc_b/Pages/Index.htm |