Wanneer
in het jaar kunnen orkanen voorkomen?
Dat hangt af van de regio. Ruwweg op het noordelijke halfrond in de
zomermaanden en op het zuidelijke halfrond in onze wintermaanden. Nog
preciezer is het om te zeggen dat het hoogseizoen 2-3 maanden na het
moment van maximale zonshoogte aanvangt. Voor de Atlantische Oceaan is
dat de maanden augustus en september. Een uitgebreider overzicht is
hieronder te vinden in tabel 1.
| gebied |
seizoen |
topmaanden |
| N-Atlant.
Oceaan |
jun.-nov. |
aug.-okt. |
| NO-Stille
Oceaan |
jun.-nov. |
aug.-sep. |
| NW-Stille
Oceaan |
mei.-dec. |
jul.-okt. |
| Golf
van Bengalen |
mei.-jun. |
mei.-jun. |
| |
sep.-nov. |
sep.-okt. |
| Arabische
Zee |
mei.-jun. |
mei.-jun. |
| |
okt.-nov. |
okt.-nov. |
| Australië
(N-kust) |
dec.-mar. |
jan.-feb. |
| ZW-Indische
Oceaan |
dec.-apr. |
jan.-apr. |
| ZW-Stille
Oceaan |
dec.-mar. |
jan.-apr. |
tabel
1. seizoenen orkanen
In
het westelijke deel van het noordelijke deel van de Stille Oceaan
(volgt U het nog?) zijn de orkanen het meest talrijk en het meest
actief. Soms groeien ze uit tot kolossale supercyclonen of
supertyphonen. Vaak zijn de diverse eilandjes, de Filippijnen en ook
Taiwan doelwit bij deze megasystemen. Om een tropische cycloon of
'hurricane' in de Atlantische regio in te delen naar sterkte, wordt
gebruik gemaakt van categorieën volgens de Saffir/Simpson-schaal (tabel
2). Behalve naar de windsnelheden wordt ook gekeken naar de luchtdruk
in de kern of oog van de cycloon en naar de stormvloed die het aan de
kusten veroorzaakt ('stormsurge'). Deze 'stormsurge' is een verhoging
van het waterpeil boven het al heersende tij en wordt veroorzaakt door
het opstuwen van het water door de enorme snelheid van de wind die over
de zee blaast.
| cat. |
wind
(mijlen/uur) |
wind
(km/uur) |
Max.
stormsurge (ft) |
luchtdruk
(hPa) |
| 1 |
74-95 |
119-153 |
4-5 |
>=980 |
| 2 |
96-110 |
154-178 |
6-8 |
965-979 |
| 3 |
111-130 |
179-209 |
9-12 |
945-964 |
| 4 |
131-155 |
211-249 |
13-18 |
920-944 |
| 5 |
>156 |
>249 |
>18 |
<920 |
tabel
2. Saffir-Simpson-schaal
De
hoogste stormvloed wordt meestal bereikt, ca. 25 km oost of noordoost
van het oog zodra de het centrum van de cycloon (het oog) aan land
komt. Behalve de wind kan ook deze stormvloed veel schade bereiken,
vooral wanneer de stormvloed extra hoog wordt wanneer deze samenvalt
met hoogtij of nog erger: springtij.
En
de volgroeide orkaan?
De
structuur
Van
boven af gezien, vanuit bijv. een weersatelliet, zijn de meest
opvallende kenmerken:
1.
een min of meer centraal gelegen minder bewolkte kern ('t oog).
2. een hoge en brede wolkenmuur rond dit oog, vooral ten noordoosten
hiervan.
3. de naar buiten uitgewaaierde wolkenbanden en schermen van hoge
sluierwolken.
Op de foto hiernaast zijn
deze kenmerken vrij goed te zien. Deze 'hurricane', Bertha uit juli
1996, trok op dat moment vlak langs de Bahama's en was een storm uit de
categorie 3. Wat ook goed herkenbaar is, is de stroming tegen de
wijzers van de klok in om de cycloon heen. Van linksboven op de foto
draait a.h.w. de wolken linksom en spiraalsgewijs naar het centrum toe.
Direkt rond het oog (het meest zwarte vlekje) is een iets minder donker
gedeelte erom heen waar te nemen. Dat is de schaduw die wordt
geprojecteerd op de binnenkant van de 12-15 km hoge wolkenmuur.
Die
wolkenmuur ('circular exhaust cloud') bestaat uit hoogreikende
aaneengeregen buienwolken (cumulonimbi) waar doorgaans de zwaarste
neerslag en de sterkste windsnelheden voorkomen. Met name het
noordoostelijke kwadrant 10 tot 50 mijlen van het oog vandaan is het
gevaarlijkste gebied van een tropische cycloon. De noordoostelijke
kwadrant is, gezien in de trekrichting van de cycloon, het rechterboven
gedeelte. Op het voorbeeld van de foto is dat het gedeelte direkt boven
het oog. Hier stijgt de vochtige en warme lucht met 50 tot 100 km per
uur op.
Aan de toppen vindt dan een horizontale uitstroming plaats van uit
ijsdeeltjes bestaande wolken, de zgn. sluier- of cirruswolken die ver
tot buiten de eigenlijke cycloon kunnen uitspreiden. Ook stroomt er
lucht terug naar beneden, het oog in. Deze lucht wordt gaandeweg warmer
en veroorzaakt het vrijwel geheel oplossen van wolken binnenin het
centrum. De vorstgrens in het oog ligt dan ook een stuk hoger dan net
rond het oog (zie doorsnede).
Zoals
reeds opgemerkt komen de grootste windsnelheden vlak rond het oog voor
in een zone die varieert tussen de 10 en 100 km rond het middelpunt van
het oog. De diameter van het oog dat vaak niet geheel rond is maar meer
elliptisch van vorm is, is van 20 tot 30 km breed. De lange as van de
ellipsvorm ligt in de bewegingsrichting van het oog. Precies in het
centrum is de windsnelheid vrij laag en bedraagt o.h.a. een windkracht
3 of 4 (matig), soms nog iets minder.
In
het Engels is een zgn. FAQ beschikbaar, adres: http://www.aoml.noaa.gov/hrd/tcfaq/tcfaqHED.html die
regelmatig wordt vernieuwd en verbeterd. In dit zeer uitgebreide
vragenbulletin worden tal van vragen beantwoord en is veel interessante
informatie over tropische cyclonen te lezen. Ook staat erin waar de
meest recente versie opgehaald kan worden.