| Elke
dag dé dag met de wapenfeiten van de afgelopen 100 jaar... |
1 januari
... de vuurwerkmist van '93 ... een zeer koude nieuwjaarsdag van '79
Extreem
was de mistsituatie in 1993. Het was koud, vriezend en windstil weer
tijdens de jaarwisseling. De minimumtemperatuur daalde in De Bilt naar
-8.5 graden en overdag kwam het kwik niet hoger dan -0.4, een ijsdag
dus (op veel plaatsen overigens).
Binnen een uur na het inluiden van 1993 ontstond een uitzonderlijk
dichte mist over vrijwel het hele land, o.m. te wijten aan de miljoenen
vuurwerkafstekers die grote hoeveelheden verbrand kruit en dus veel
condensatiekernen - dé katalysators - in de atmosfeer hadden
uitgestrooid.
Op veel plaatsen liep het zicht zelfs terug tot minder dan 10 meter,
terwijl er zelfs hier en daar een zicht van minder dan 3 meter was. Je
kon dus "vrijwel geen hand voor ogen zien". Er gebeurde dan ook
talrijke ongelukken.
Eén positief gevolg was er overdag wel te vinden: de rijp die door de
mist ontstond, gaf een fantastische aanblik!
Op 16 nieuwjaarsnachten van de 101 (sinds 1901) kwam er in Nederland
wel ergens mist voor.
In 1979 beleefden we gemiddeld de op één na koudste nieuwjaarsdag. Door
een aangetrokken oostelijke wind gingen de temperaturen pas goed
onderuit: in De Bilt kwam de etmaaltemp. op -11.1
graden na een minimum van -16.9 graden, verder: bvlb. Twenthe -17.2 en
Eelde -18.7 graden. Marinevliegkamp De Kooy beleefde zelfs zijn laagste
minimumtemperatuur op deze eerste dag van 1979: -18.8 Op 10 cm werd
daar zelfs -23.6 graden gemeten, zeker voor een station die voor het
grootste deel omringd is door zeewater is dat zeer bijzonder te noemen!
In 1997 was de koudste nieuwjaarsdag. In De Bilt werd het gemiddeld
-11.4. Maastricht noteerde een laag maximum van slechts -12.3 °C, De
Bilt -7.3.
Extremen De Bilt
Koudst: -16.9 (1979)
Warmst: 12.6 (1921)
Natst: 19.3 mm (1943)
Zonnigst: 6.9 uren (1905)
2 januari
.... de strenge kwakkelwinter van 78/79 en een echte polar low!
Velen
onder ons zullen zich nog de "strenge kwakkelwinter" van 1978/79
herinneren. Hoe vaak schaatsten we niet op de wegen als het weer eens
tot ijzel was gekomen? Er woedden een aantal fikse sneeuwstormen, die
van 14 februari 1979 isoleerde een groot deel van noordelijk Nederland.
Het
begon allemaal in december met een onschuldige vorstperiode na enkele
perioden met winterse buien. De traditionele Kerstdepressie gaf ons
zeer zacht weer tussen de 26e en de 29e december. Toen echter kroop de
Russische Beer uit zijn hol en gromde met ijzige klauwen. Menigeen zal
de jaarwisseling van van 78/79 nog op het netvlies hebben staan (zie
bij 1 januari en in
december). Een koufront zakte tergend langzaam naar het
zuiden en op vrijdag 30 december kwam het noorden al in de greep van de
Beer. Stormachtige oostenwinden voerden in sneltreinvaart ijzige lucht
aan. Pas in de Oudejaarsnacht was het zuiden aan de beurt. De
oudejaarsdag was een van de koudste uit de 20ste eeuw. Op de vliegbasis
Twenthe bleef het ruim 13 graden vriezen.
Nauwelijks
bekomen van het winterse geweld, kregen we op 2 januari opnieuw met een
wervelende wintershow te maken. Vooral in een strook ten westen van
Drachten-Meppel-Twenthe sneeuwde het fiks. Koog aan de Zaan gaf 40 cm
door, op andere plaatsen langs de kust van Friesland en in de
provincies Noord- en Zuid-Holland lag bijna een halve meter. Het bleef
daarbij een graad of 7 vriezen, maar in het zuidwesten viel tijdelijk
de dooi in. Via Trouw schreef Hans de Jong het navolgende daarover: "
Mevrouw van Es in Roon, bezuiden Rotterdam hield het temperatuurverloop
bij. Om 12 uur min 2, 15.00 uur plus 4. 16.00 uur plus 3, 16.20 plus
1.5 en om 17.00 uur vroor het weer 4 graden.
De kleine, maar actieve depressie, in de vorm van
een polar low, zakte over de zuidwestelijke helft van het land naar het
zuid-zuidoosten en diepte zover uit, dat er eerst plaatselijk een
noordwester tot noordoosterstorm opstak van kracht 10.
Bron: Trouw, weerman Hans de Jong.
Na de
jaarwisseling van '78-'79 kwam het gedurende 4 nachten tot meer dan 20
graden vorst bij Henk Veldman, woonachtig in Ten Post. Op 2 januari
1979 was het weerkundige feest compleet! De polar low die over onze
omgeving trok, veroorzaakte temperaturen tot lokaal beneden de -20
graden en een krachtige tot harde noordoostelijke wind in het
noordoosten met een ware sneeuwjacht.
De laagste waarden van die dag: Dedemsvaart -24.0, Ten Post (bij Henk
dus) -23.3, Ternaard -22.8 graden.
In het noordwesten kwam het net even boven nul, het westen kreeg een
combinatie van (smeltende) sneeuw en onweer en het zuidwesten kreeg een
stormachtige noordwester te verduren bij temperaturen van iets boven
nul, met zelfs +3.6 in Vlissingen.
Extremen De Bilt
Koudst: -16.7 (1979)
Warmst: 13.4 (1988)
Natst: 22.3 mm (1959)
Zonnigst: 6.9 uren (1993)
3
januari .... orkaan over Europa
Van 2 op
3 januari 1976 raasde er een geweldige orkaan over grote delen van
Europa. De orkaan liet een spoor van vernieling achter in een strook
van Engeland en Scandinavie tot de Alpen. Daarbij kwamen 60 mensen om
het leven.
In
Rotterdam-Geulhaven werden windsnelheden gemeten van 41 meter per
seconde, dat is voluit orkaankracht. In het Volkerak bij Dinteloord
werden waterstanden waargenomen die slechts 5 cm onder het catastrofale
peil lagen van 1953. In het Oosterscheldegebied hadden duizenden mensen
hun vluchtkoffertje klaarstaan.
In
Engeland braken dijken en werden bossen verwoest. Aan de Belgische kust
braken dijken bij Oostende, Knokke en in het Scheldegebied. Bijzonder
precair was de situatie bij Klemskerke-de Haan waar 25 meter duin werd
weggeslagen.
Ook in
ons land werd duin weggeslagen, dat was o.a. bij Bloemendaal en
Zandvoort het geval. Zwaar werden de Drentse bossen getroffen. In
Leeuwarden knapte de torenspits van het hoogste provinciale bouwwerk,
de Sint Bonifaciuskerk geheel af. Verder gingen het dak van de Sint
Annakerk te Amstelveen en een deel van het dak van het CS te Amsterdam
verloren. Bij ons bleven overstromingen achterwege, dat is niet het
geval geweest in het noordwesten van Duitsland en in Denemarken. In
totaal moesten 30.000 mensen worden geevacueerd.
Extremen
De Bilt
Koudst: -17.7 (1979)
Warmst: 11.8 (1948)
Natst: 21.4 mm (1944)
Zonnigst: 6.9 uren (1993)
Bronnen: Bar en Boos, drs Buisman,
Meteonet.
4 januari .... de
Elfstedentocht .... een storm en ... zéér strenge vorst
Nadat
op 2 januari het verlossende woord werd gesproken, werd op zaterdag 4
januari 1997 de Elfstedentocht verreden. Aan de start verschenen 16.688
deelnemers, waarvan er 11.694 de finish haalden. De weeromstandigheden
waren redelijk, wel stond er een matige tot vrij krachtige
noordoostenwind. In de loop van de dag werd een afname van de wind
verwacht, maar dat kwam niet echt uit de verf. De "Monstertocht" werd
gewonnen door Henk Angenent. Evert van Benthem nam afscheid van het
Nederlandse schaatsen en werd langs de route enorm toegejuicht. Hij was
de winnaar in 1985 en 1986.
Amateurschaatster Johan Brouwer tijdens zijn laatste minuten:
"Wanhopig perste ik mijn laatste krachten op het ijs. Na
een honderdtal meters werd ik weer op harde wijze gecorrigeerd:
scheuren. Opstaan. Verder, verder. Verlichte brug. Verder. Een man
langs de kant riep: "doe maar rustig aan, het is al over twaalven". Wat
nu? Misschien liep zijn horloge voor. Doorschaatsen! Opeens felle
lichten: was dat de finish? Lastig, er stonden allemaal mensen voor. Ik
moest het binnen de tijd halen, ik moest doorschaatsen. Ik zette
nogmaals flink af. Plotseling besefte ik dat er mensen langs de kant
stonden die gebaarden dat ik af moest remmen. Waarom moest ik remmen?
Ik moest doorschaatsen, doorgaan. Waar was dat vermaledijde
stempelhokje? Waar was dat stempelhokje?!! Ik vroeg het aan een agent.
"U bent te laat, mijnheer, ze zijn al weg". Toen zag ik de grote klok:
00:11. Ik was elf minuten te laat aangekomen."
In de
nacht van 4 op 5 januari 1998 woedde er een storm aan de kust. IJmuiden
noteerde een uurlijks gemiddelde van windkracht 10 en dat was voor het
eerst sinds 26 februari 1990. De maximale windstoot bedroeg 126 km per
uur.
Opvallend
was het temperatuurverloop in de eerste nachten van januari 1979 in het
Groningse Ten Post. medewerker Henk Veldman kon gedurende 4 nachten een
temperatuur beneden de -20 graden noteren. Op 4 januari bedroeg het
minimum daar -24.7. Eelde noteerde -22, het etmaalgemiddelde bedroeg
-15!. Zelfs Vlissingen meldde matige vorst, het kwik zakte naar -6.1
graden.
Bron:
Herman Dute en Johan Brouwer
Extremen De Bilt
Koudst: -13.7 (1908)
Warmst: 13.0 (1999)
Natst: 12.0 mm (1963, 1983)
Zonnigst: 7.0 uren (1940)
5 januari .... een vroege "Antoonlente"
Op 5
januari 1999 was het zeer zacht in ons land. Een vroege "Antoonlente"
leverde toen erg hoge temperaturen op. Zo noteerde Nijswiller, gelegen
in het uiterste zuiden van Limburg een temperatuur van 16.8 graden. Zo
warm was het nooit eerder geweest zo vroeg in januari. Tevens sneuvelde
het record voor de eerste decade van januari. Het toen nog operationele
station Oost-Maarland noteerde 16.4 graden. De Bilt kreeg die dag 13.5
graden op de thermometerbuis.
Extremen
De Bilt
Koudst: -16.0 (1979)
Warmst: 13.5 (1999)
Natst: 22.6 mm (1968)
Zonnigst: 6.8 uren (1940, 1995)
6 januari .... Driekoningen 1947 en 1979
Op 6
januari 1947 begon een nieuwe vorstperiode, uitgerekend bij
Driekoningen. "Driekoningen in het land, dan komt de vorst in het
vaderland". Dat heeft men toen geweten. Die nieuwe vorstperiode duurde,
met enkele kleine onderbrekingen tot en met 14 maart. Het zou de op een
na koudste winter van de 20e eeuw worden.
Op 6 januari 1979 kwam
er een einde aan een legendarische vorstperiode, ingeleid door zware
sneeuwstormen tijdens de jaarwisseling en ijzige temperaturen in o.a.
het noordoosten. Ik herinner mij die zaterdag nog heel goed.
Er trok een dooifront over ons land met ijzel. De temperatuur kroop
heel geleidelijk boven het vriespunt. De dagen erna werd het een stuk
zachter, opgewekt door een krachtig Azorenhoog en samenwerkende
depressies tussen IJsland en Zuid-Noorwegen. Het zou echter van korte
duur zijn. Depressies, gevuld met koude lucht, zorgden ervoor dat de
scheidingslijn tussen zachte en koude lucht dichtbij ons in de buurt
kwam te liggen. Dat zou het begin zijn van een strijd, die zich vaak
boven onze hoofden zou gaan afspelen. Dat leidde tot veel sneeuw, ijzel
en soms ook veel wind. Het werd de "strenge kwakkelwinter" van 1979. We
zullen er nog wel eens op terugkomen.
Extremen De Bilt
Koudst: -17.0 (1979)
Warmst: 13.1 (1999)
Natst: 24.3 mm (1932)
Zonnigst: 6.8 uren (1920)
7 januari .... Zware sneeuwbuien boven de eilanden
.... en boterzacht in 2005
Op 7 januari 2005 werd het in de Bilt 12.5 graden en dat betekende de
warmste 7de januari in 100 jaar. In Westdorpe kwam het zelfs op 13.0
graden.
Daarentegen werd het op 7 januari 1985 in de Bilt niet warmer dan -9.1
graden, dat was de koudste 7de januari. In dat laatste jaar had zich
net na de jaarwisseling een koudere periode ingesteld. Het begon met
een onschuldige Oliebollen-depressie, die over de Noordzee naar de
Alpen trok. Daarachter steeg de luchtdruk sterk boven Scandinavie en
met een naar noordoost draaiende wind werd geleidelijk koudere lucht
aangevoerd. Eerst was het meest lichte vorst en viel er vooral langs de
Wadden erg zware sneeuwbuien. Op de Eilanden lag toen 30 á 40 cm
sneeuw. Dat werd vooral veroorzaakt door de relatief zachte december
die aan de kou-inval voorafging. Het zeewater was nog vrij warm en toen
de ijskoude lucht uit Scandinavie over de milde waterplas werd
gestreken, was het bingo. Het werd vanaf de 7de steeds kouder en doken
we een periode met matige tot strenge vorst in.
Op 7
januari 1998 manifesteerde zich bij ons een echte windhoos. Dat was in
het Limburgse Nederweert. Hij had een lengte van 2 km en een breedte
van 100 meter.
Extremen De Bilt
Koudst: -17.3 (1985)
Warmst: 12.5 (2005)
Natst: 16.6 mm (1915)
Zonnigst: 6.7 uren (1924, 1985)
8 januari .... boterzacht met windhozen
.... en .... -25 op de Veluwe
Op 8 januari 1998 bevonden we ons in een boterzachte fase. Het kwik
kwam in de periode 7 tot en met 16 januari herhaaldelijk boven de 10
graden uit. Er werden flinke schermutselingen geleverd tussen de
temperaturen aan het aardoppervlak en in de hogere etages van de
atmosfeer. Dat leidde tot de vorming van enkele venijnige windhozen in
het noordwesten van Frankrijk en Engeland, o.a. in Sussex.
Op 8
januari 1985 was er een heel ander scenario op het weertoneel. Het
vroor dat het kraakte en boven een sneeuwdek zakte het kwik op de
vliegbasis Deelen bij Arnhem tot -24.2 graden.
Extremen De Bilt
Koudst: -18.3 (1985)
Warmst: 11.8 (2005)
Natst: 20.2 mm (1965)
Zonnigst: 7.0 uren (1966)
9 januari .... de madeliefjeswinter
Onze gedachten dwalen op deze 9e januari af naar de boterzachte
januarimaand van 1975. In de winter van 1975 met wind, regen en extreem
hoge temperaturen zagen sommige grasvelden op 9 januari wit van de
madeliefjes. De beelden werden toen op die dag op het journaal getoond.
Eenjarige planten konden in dat seizoen zelfs overwinteren. Deze winter
werd in sommige meteorologische kringen ook wel de "Madelief-winter"
genoemd. De winter van 1975 was niet voor niets erg zacht. Er werd al
een lopertje uitgerold voor een van de warmste zomers uit de
geschiedenis.
In 1985 beleefden we iets geheel anders: het zuidwesten van ons land
kreeg op 9 januari een heuse sneeuwstorm te verduren.
Extremen De Bilt
Koudst: -12.0 (1967)
Warmst: 12.8 (1936)
Natst: 21.1 mm (1914)
Zonnigst: 7.1 uren (1941)
10 januari .... hét dieptepunt van de
strengste winter
Het weerhistorische wapenfeit van de 10de januari brengt ons terug naar
de onvergetelijke winter van 1963. Die winter heeft nog altijd de
gouden medaille in de afgelopen 100 jaar. We leefden toen in het
extreem koude tijdvak van 9 tot en met 18 januari. In dat tijdvak
noteerde de Bilt op de 10de een gemiddelde etmaaltemperatuur van -11.2
graden. Dat is dus de gemiddelde temperatuur, gemeten over 24
uurvakken. Het maximum bedroeg die dag -7.9 graden. Het zeer koude
tijdvak bracht ons naar de 18e, toen de Elfstedentocht werd verreden.
Het is opmerkelijk dat de laagste waarden werden bereikt in de tweede
tien-daagse perioden van januari. Vaak kent die periode juist een
thermische opleving.
Opvallend was verder dat in die januarimaand ons landelijk hoofdkantoor
in de Bilt geen hogere temperatuur kende dan +3 graden......
foto: Sneeuwduinen,
Beek in de Zoeke 19 jan. 1963, met veel dank aan Johan Effing
Extremen De Bilt
Koudst: -15.6 (1985)
Warmst: 13.3 (2005)
Natst: 12.6 mm (1920)
Zonnigst: 7.2 uren (1940)
11 januari 1995 .... opnieuw
overstromingen in het rivierengebied
Vandaag
een meer symbolische datum, die zowel in het jaar 1993 als 1995 met een
dikke streep in de weerboeken is vermeld. In 1993 likten onze Limburgse
landgenoten hun diepe wonden na de overstromingen die daar tijdens de
Kerstdagen hadden plaatsgevonden. De verschrikkelijke beelden van
ondergelopen landerijen en dorpen staan nog op ons netvlies gebrand. De
hoge waterstanden waren ook in het rivierengebied na 11 januari voorbij
en konden ook de mensen daar opgelucht ademhalen.
Op 11
januari 1995 nam de situatie in het rivierengebied opnieuw dramatische
vormen aan. Het water begon langzaam te stijgen en er brak opnieuw een
spannende tijd aan. Tienduizenden mensen moesten in de dagen en weken
daarna vrezen voor overstromingen en werden dan ook geëvacueerd. Als
commissaris van de Koningin in Gelderland deed Jan Terlouw een
dramatische evacuatie-oproep op de televisie.
Bron: Jos Saanen, Soerendonk
Extremen De Bilt
Koudst: -13.3 (1987)
Warmst: 12.9 (1946)
Natst: 17.9 mm (1948)
Zonnigst: 7.4 uren (1942)
12 januari 1997 .... 20 ijsdagen op rij?
.... het kan in Nederland ... bijna Elfstedentocht!
Op 22 december 1996 dook bij vrijwillige waarnemer
Hermand Dute uit Borculo het kwik om 15.30 uur onder het vriespunt en
kwam er pas weer boven op 12 januari 1997. Het resultaat was 20
ijsdagen op rij en in totaal 503 uren met vorst, waarvan 78 uur op rij
strenge vorst.
Op 12 januari 1941 kon er in de omgeving van Zalk over een lengte van
zeker 5 km worden geschaatst over de IJssel.
Op Terschelling ligt op 12 januari 1987 circa 50 cm sneeuw. De
Elfstedentocht had voor de 3e achtereenvolgende keer gereden kunnen
worden, maar in het noordwesten van Friesland lag 10 - 20 cm sneeuw en
de mogelijkheden en/of de wil ontbraken om die te verwijderen. Daarom
ging het feest niet door. Qua ijsdikte was er geen probleem meer rond
de 18de januari.
Extremen De Bilt
Koudst: -15.7 (1968)
Warmst: 12.2 (1994)
Natst: 15.9 mm (1956)
Zonnigst: 7.4 uren (1982)
13 januari .... zware storm en de
warmste januaridag...
Op 13 januari 1993 woedde er een zware storm in
Stavoren met windkracht 10 en een maximale windstoot van 137 km per
uur. In de Bilt werd het 15.1 graden, de warmste januari-dag ooit in de
Bilt.
Op 13 januari 1968 werd het in Dedemsvaart -24 graden, tevens het
record voor de tweede tien-daagse periode van januari. Zelfs in
Vlissingen was de minimum temperatuur op deze 13e januari -7 graden.
13 januari 1948: In Nijkerk wordt 53 mm etmaalneerslag gemeten: de
grootste hoeveelheid van de 20e eeuw over deze maand.
Extremen De Bilt
Koudst: -16.8 (1963)
Warmst: 15.1 (1993)
Natst: 17.7 mm (1906)
Zonnigst: 7.4 uren (1991)
14 januari .... binnenblijven en vroege
vlinder
Op 14 januari 1987 was het koud, zeg maar gerust bitterkoud. Rond het
middaguur was er 12 á 14 graden vorst bij een (vrij) krachtige
oost-noordoostenwind. Aan de noordkust was er zelfs sprake van een
harde wind, met stormvlagen.
We zaten midden in een strenge vorstperiode, die de gehele tweede
decade besloeg. Vanaf de 9e was koude lucht ons land binnengestroomd.
Op de 11e vroor het midden op de dag al hier en daar streng en in de
avond was het op Deelen -15.7 graden. In de avond van de 13e nam de
wind toe en de aangevoerde lucht werd nog kouder. Rond middernacht had
Twenthe al -17.1, geen extreme minima, maar de sterke wind maakte de
kou doordringend. Op de 14e scheen overdag een flets zonnetje, maar die
kon de temperatuur nauwelijks omhoog brengen. Om 13 uur had Twenthe nog
-14.8 graden. Het KNMI adviseerde iedereen om binnen te blijven, op
Twenthe lag de gevoelstemperatuur op -24 graden!! Later op de dag
stroomde er iets minder koude lucht binnen en werd op Twenthe een
maximum van -13 graden bereikt.
Op 14 januari 1975 werd in Hardinxveld-Giessendam al een vlinder
waargenomen. Voor De Bilt was dat de warmste 14de januari sinds 1901.
Bronnen: Ad Vermaas, Mario Egthuijsen, Herman Dute
Extremen De Bilt
Koudst: -15.2 (1987)
Warmst: 13.4 (1975)
Natst: 20.1 mm (1981)
Zonnigst: 7.5 uren (1982)
15 januari .... zoutstorm, treinen stil
en de warmste dag van januari '40
Op 15 januari 1954 woedde er een ware "zoutstorm" in de kustgebieden.
Het betrof een storm van zee naar het land en pas later volgde er
regen. De miniscuul kleine waterdruppeltjes zetten zich af boven land
af op allerlei voorwerpen. De verdampende druppeltjes lieten een
bruinachtige laag zeezout achter. Het was dus een optimaal klimaat voor
"roestvorming".
Op 15 januari 1966 viel er in delen van het land zoveel sneeuw, dat de
spoorwegen te maken kregen met een totale chaos. Diverse treinen kwamen
stil te vallen en werden door kleine stoomlocomotiefjes naar de
thuisbasis of de uiteindelijke bestemming gesleept. Sommige
meetstations tekenden in die januarimaand 12 sneeuwdagen op.
Op 15 januari 1940 bereikte de temperatuur in Winterswijk een hoogste
waarde van +1.6 graden. Het zou uiteindelijk de hoogste waarde zijn van
de gehele maand. We beleefden toen een zeer strenge winter, die later
ook wel de "mobilisatiewinter" van 1940 genoemd.
Extremen De Bilt
Koudst: -12.1 (1987)
Warmst: 13.1 (1975)
Natst: 20.6 mm (1918)
Zonnigst: 7.9 uren (1991)
16 januari .... lente in januari .... de
laatste Zuiderzeestorm en ... "onweer on the rocks"
Op 16 januari 1947 steeg het kwik in een Antoon-lenteachtige sfeer in
Maastricht naar 17.2 graden. Dat is nog altijd het absolute record voor
de maand januari. Op 4 januari was de vorst weer ingevallen na een
eerste vorstperiode, die tegen de Kerstdagen werd afgebroken. Op 6
januari was het steenkoud met in Oostenrijk temperaturen tot -36
graden. De Elfstedentocht werd vastgesteld voor 9 januari, maar ging
niet door vanwege teveel wakken. De dooi viel daarna in en er brak een
zeer zachte periode aan dat op de 16de tot het thermische hoogstandje
van 17 graden leidde.
Op 16 januari 1916 woedde de laatste Zuiderzeestorm, de laatste zware
storm uit het tijdperk van de Zuiderzee. Een zware storm raasde over
Noord-Holland, waarbij praktisch geheel Waterland weer onder water kwam
te staan.
Op 16 januari 1939 was er een zware onweersbui in Grouwster Ee. Er vond
een blikseminslag plaats in het ijs. De ijsvlakte was over een grote
lengte middendoor en met kracht weggeslingerd. Enkele schotsen ijs
lagen zelfs op de dijk. Veel ruiten van omliggende zomerhuisjes en
woonboten sneuvelden.
Extremen De Bilt
Koudst: -13.4 (1985)
Warmst: 14.1 (1993)
Natst: 40.3 mm (1918)
Zonnigst: 7.6 uren (1991)
17 januari .... hoosbui in Borculo en ...
Elfstedenkoorts ... en sneeuwjachten
Op deze
datum in 1963 liep de koorts hoog op in Friesland. We stonden aan de
vooravond van een Elfstedentocht. Het was koud, bitter koud en zeer
zonnig en... de weervooruitzichten waren niet slecht. Er was hogedruk
boven het noorden van Europa en de drukverschillen waren niet al te
groot. Het KNMI gaf dan ook een verwachting uit die voor veel rijders
gunstig was: droog, aan de zonnige kant en koud. De ijskwaliteit liet
wel wat te wensen over maar goed daar is het een monstertocht voor. Een
dag later zou een heel ander scenario op het weertoneel verschijnen.
Morgen hierover meer.
Op 17 januari 1955 werd in Borculo maar liefst 40 mm regen afgetapt.
Voor zover bekend is dat de hoogste aftapping voor de 17e januari in
ons land.
Van 15 - 17 januari 1918 was er zware sneeuwval met een harde tot
stormachtige (noord)oostenwind. Sneeuwstormachtige taferelen dus.
Extremen De Bilt
Koudst: -14.7 (1963)
Warmst: 12.1 (1939)
Natst: 15.7 mm (1951)
Zonnigst: 7.3 uren (1946, 1963)
18 januari
.... bevroren ogen .... en de triomf van Reinier
Op veel netvliezen zal de Elfstedentocht van 18 januari 1963 niet snel
verdwijnen. Wat de netvliezen betreft, veel rijders kampten die dag met
bevriezingsverschijnselen, ook aan de ogen. Het is de meest barre tocht
der tochten geworden, niet alleen door de slechte ijskwalitiet, maar
vooral door het bitterkoude en winderige weer. Zoals op 17 januari
beschreven, leek het allemaal mee te vallen wat het weer betreft. In de
loop van de ochtend echter ging het steeds harder waaien en de
sneeuwduinen langs de route gingen verstuiven. Op sommige punten kon
nauwelijks meer worden geschaatst en naarmate de dag vorderde, kreeg de
organistaie in de gaten dat het op een drama leek te gaan uitlopen.
Heel veel rijders op het trajest tussen Franeker en Dokkum gingen
uitgeput als zij waren naar de kant en probeerden in de rietkragen wat
te schuilen tegen de sterk doorblazende drifsneeuw. Het gevolg was dat
er slachtoffers konden gaan vallen door bevriezing. Een snel opgezette
organisatie haalden mensen van het ijs en het grootste deel van de
wedstrijdrijders haalde de finish niet. Er kwamen ruim 500 rijders aan
de start, slechts 157 reden op de Grote Wielen door de finish. Van de
Toerrijders kwam vrijwel niemand over de meet. In de middag landde een
helicopter met Koningin Juliana en Prinses Beatrix. Bijna gebeurde nog
een ramp, door de mensenmassa kwam het ijs in beweging en leken er
mensen door het ijs te zakken. Winnaar werd Reinier Paping in een tijd
van 10 uur en 59 minuten.
Extremen De Bilt
Koudst: -18.2 (1963)
Warmst: 11.3 (1939)
Natst: 17.6 mm (1940)
Zonnigst: 7.1 uren (1935)
19 januari .... ijsfeest in Zuid-Holland .... en
een echte ooievaar!
Op de dag na de Elfstedentocht werd er in Capelle aan den IJssel een
ijsfeest georganiseerd op de Hollandse IJssel, nabij de Algerabrug.
Druk was het niet, het vroor midden op de dag zeer streng en net als de
voorgaande dag stond er een krachtige tot harde oost-noordoostenwind.
Het ijs was overigens erbarmelijk slecht van kwaliteit. De ijsschotsen
waren over elkaar geschoven en schaatsen was eigenlijk niet mogelijk.
Het was echter een gewaarwording, die ik me nog herinner als de dag van
gisteren. Het was 19 januari 1963.
Op 19 januari 1986 woedde er een storm in ons land en op 19 januari
1999 werd een ooievaar gesignaleerd in Alkmaar, een echte wel te
verstaan.
Extremen De Bilt
Koudst: -15.2 (1940)
Warmst: 12.2 (1930)
Natst: 29.9 mm (2004)
Zonnigst: 6.6 uren (1955)
20 januari
.... zware noordwesterstorm .... en schaatsen op straat
Op
20 januari 1960 woedde er een zware noordwesterstorm met in Den Helder
windkracht 10 en een maximale windstoot van 145 km per uur.
Op 20 januari 1979 had het midden- en zuiden van het land in de middag
en in de eropvolgende nacht erg veel last van ijzelvorming. Op enkele
plaatsen kon er op de straat worden geschaatst.
Extremen De Bilt
Koudst: -16.3 (1940)
Warmst: 12.1 (1999)
Natst: 16.1 mm (1993)
Zonnigst: 7.3 uren (1929)
21 januari
.... sneeuwstorm in 1963.... en ... ijsdagen in een zachte maand
Op 21 januari 1963 waren veel dorpen in het noorden van de buitenwereld
afgesneden vanwege een hevige sneeuwstorm. In het Nieuwsblad van het
Noorden viel het navolgende te lezen. "De Paaptilsterweg van de
hoofdplaats naar Oldenzijl en de Derk Luddersweg van Oudeschip naar
Oosteinde, die zaterdag net waren vrijgemaakt, stoven binnen een uur
weer onder. Zondag werd ik tegen de avond opgebeld. Of ik maar even
naar het cafe wilde komen. Daar waren ongeveer 40 man bijeen, die
zojuist een gang van ruim een meter breed over kilometers afstand
hadden geklaard. Dat verwarmt je hart". Dit zei gisteren de
burgemeester A. Drost van Uithuizermeeden, een van de vele
burgemeesters in het noorden, die wij zondag naar de toestand van de
wegen in hun gemeente hebben gevraagd. Op 20 januari was de Afsluitdijk
al voor het verkeer afgesloten.
Op 21
januari 2000 beleefden we in ons land een 100% maansverduistering. Van
21 tot en met 25 januari 1992 vond er een onverwachts een scherpe
kou-uitval plaats. Van 21 tot en met 25 januari werden op veel plaatsen
ijsdagen geregistreerd. De maand januari 1992 op zich was zacht en de
winter verliep onopvallend. Bronnen: Herman Dute en Jos Saanen.
Extremen De Bilt
Koudst: -16.6 (1942)
Warmst: 12.3 (1993)
Natst: 14.3 mm (1961)
Zonnigst: 7.7 uren (1963)
22 januari .... sneeuwstormen op rij .... en ...
een slager wint de Elfstedentocht
In 1942 beleefden we de derde (zeer) strenge winter op rij, iets dat
nog altijd uniek is over de afgelopen 100 jaar. In december stelde het
winterweer niets voor, pas tegen de Kerst werd het wat kouder met
enkele sneeuwbuien. Het grote werk kwam pas na de Driekoningen (6
januari) op gang. Het werd steeds kouder en grimmiger met in de week
van 20 tot 27 januari vier sneeuwstormen. Hier volgt een passage uit
het dagboek van een Rotterdamse trammachinist.
" Het is donderdag 22 januari. De laag ijs op de ruiten wordt steeds
dikker. Vanmorgen was het keukenraam bevroren, maar ik kon hem nog
ontdooien. In de keuken is niets meer vloeibaar, alles is bevroren, de
theepot, de melk, de vaatdoeken, alles is ijs, zelfs op de w.c. vriest
het. Vandaag wordt de Elfstedentocht gereden"
Op 22
januari werd de Elfstedentocht gewonnen door slager Sietze de Groot uit
Weinum. Het vroor die dag streng met in het Friese Rottum -18 graden.
Het was een zonnige dag met betrekkelijk weinig wind. Dat zou de
volgende dagen snel veranderen. Vier stormdepressies trokken ten zuiden
van ons land langs en brachten lokaal meer dan 50 cm sneeuw.
Extremen De Bilt
Koudst: -16.2 (1942)
Warmst: 12.4 (1918)
Natst: 18.2 mm (1995)
Zonnigst: 7.5 uren (1906)
23 januari .... lentezacht in Limburg .... en ...
verkeer in de Randstad vast
Op 23 januari 1937 werd het in
Maastricht 16.2 graden en dat is nog altijd het record voor de 3e
tien-daagse periode van januari, samen met 26 januari 1918, want toen
werd het ook 16.2 graden in Maastricht.
Op 23
januari 1984 trok er een actief, gedeeltelijk samengeklonterd
sneeuwgebied over delen van Noord-en Zuid-Holland. De harde wind wierp
toen sneeuwduinen van enkele decimeters dik op. Op een bepaald moment
bleken delen van de Randstad totaal onbereikbaar te zijn voor het
wegverkeer. Het gevolg was dat tientallen automobilisten enkele uren in
de bermen vast kwamen te zitten.
Extremen De Bilt
Koudst: -13.6 (1907)
Warmst: 12.0 (1971)
Natst: 24.4 mm (1956)
Zonnigst: 7.6 uren (1906)
24 januari ....the day before....
24 januari 1990 mag genoemd worden "The day before". We stonden toen
aan de vooravond van een van de zwaarste orkaan die over ons land trok.
Het waren spannende uren alvorens het geweld losbrak. Of het tot een
echt zware storm komt, laat zich meestal pas kort van te voren
aankondigen. Het hangt af van de koers van een depressie en hoe
uiteindelijk het uitdiepingsproces verloopt. Dat was op die woensdag 24
januari nog onduidelijk. Pas tegen de ochtend van de 25e bleek dat het
om een zeer gevaarlijk exemplaar zou gaan. 24 uur later konden we de
balans opmaken en vooral de schade herstellen. Zie 25 januari voor meer
aandacht voor die orkaan met o.m. een oogetuigeverslag, een weerkaart en een
satellietbeeld van het systeem.
Extremen De Bilt
Koudst: -13.4 (1922)
Warmst: 12.1 (1960)
Natst: 9.9 mm (1988)
Zonnigst: 7.7 uren (2000)
25 januari ... dé verrassende storm van het
binnenland !....
In de
ochtenduren en eerste uren van de middag was er nog betrekkelijk weinig
aan de hand, althans in ons land. Veel bewolking en neerslag dankzij
een snel occluderend koufront die in een razend tempo het land
passeerde. De Bilt meldde 7.3 mm, neerslag die daar 5.4 uren duurde.
Het was een storm die pas later op de dag over Nederland trok. In de
middag, vanaf circa 16.00 uur en eerste uren van de avond was de storm
op haar hoogtepunt en kwam tijdens de passage van het koufront van een
953 hPa diepe depressie boven de noordelijke Noordzee zeer snel
opzetten. Het onstuimige weer werd 18 mensen fataal. Veel bomen en
vooral delen van daken, en soms zelfs hele huizen moesten het
ontgelden. In Purmerend vlogen rond drie uur 's middags binnen enkele
minuten honderden dakpannen en andere voorwerpen door de lucht. Binnen
nog geen uur kwam het treinverkeer in de hele Randstad vrijwel volledig
tot stilstand. Machinisten die nog pogingen deden om door te rijden
waren zelfs bang dat treinen uit de rails zouden waaien. Uit
veiligheidsoverwegingen werden zelfs zo veel mogelijk treinen in de
Schipholtunnel geparkeerd. Stations fungeerden de opvolgende nacht als
hotel met honderden bezoekers.
De maximale windsnelheid bedroeg die dag 86 knopen ofwel 159 km/uur,
een windstoot die gemeten werd op de pier bij IJmuiden. Het maximale
uurgemiddelde bedroeg 108 km/uur (58 knopen), windkracht 11 een zeer
zware storm dus.
In Den Helder bedroeg de maximale windstoot 68 en in Vlissingen en op
Schiphol 80 knopen (resp. 126 en 148 km/uur). Op Vlissingen kwam de
wind net niet tot windkracht 11 (max. uurgem. 28,3 m/sec). Op Vlieland
noteerde men op basis van het uurgemiddelde eveneens net geen 11 Bft
(27,5 m/s uurgemiddelde). De tienminutengemiddelden zullen iets hoger
zijn uitgekomen.
Maar ook ver landinwaarts vielen de zware windstoten op. Het doorgaans
vrij beschutte Soesterberg kwam tot 126 km/uur en bij Maastricht
noteerde men 120 km/uur. Weeramateurs (met vaak uiteraard een minder
goede opstelling) noteerden in Drente en Noord-Brabant windstoten tot
circa 125 km/uur.
Het koufront, dat vooraf ging aan de storm raasde in krap drie uur tijd
van west naar oost over het land, gevolgd door een trog, waarop
eveneens zeer zware windstoten voorkwamen.
Volgens schattingen achteraf was de storm in de regio tussen de
Zaanstreek en de hele provincie Utrecht, waar landinwaarts het windveld
het sterkst was, eentje die gemiddeld slechts minder dan eenmaal per 50
jaar voorkomt.
Bij onze zuiderburen werd een windstoot van 169 km/uur aan de westkust
gemeten. In Ukkel kwam tot 9 maal toe de wind over de 109 km/uur heen,
een record voor deze plaats.
Met de krachtige luchtstroom schoot de temperatuur omhoog. In Den
Helder werd het 11.2, Vlissingen noteerde 12.5 graden en De Bilt 13.3
Celsius, één van De Bilt's hoogste januaritemperaturen (5de plaats in
de rij van hoogste januaritemperaturen).
In Engeland werden aan de voorzijde drukdalingen van 15 tot ruim 20 hPa
per 3 uren geregistreerd, iets wat daarvoor zover bekend toen alleen
bij de voor de Engelsen onverwachte storm van 16 oktober 1987 eerder
werd gezien.
Het relaas van Mario Egthuijsen als waarnemer op Soesterberg:
"Ik had die dag een avonddienst. Ik moest toen
noodgedwongen op de bromfiets naar de vliegbasis Soesterberg waar ik
als waarnemer werkte. Het was zo'n 17.00 uur in de middag toen ik op
weg ging. De wind bulderde behoorlijk, eigenlijk tegen het angstaanjagende
aan.
Vanuit mijn woonplaats Soest reed ik door een
vlak gebied waar de west-zuidwestenwind met grote kracht van links met
windkracht 9 tot 10 gemiddeld voorbij raasde. Ik was nog geen 5 minuten
op weg toen ik door een harde windstoot (ik schat zeker een 120 km/uur)
finaal van mijn bromfiets werd geblazen en in het gras ernaast te val
kwam. Geheel verbouwereerd stond ik op en zette mijn reis half nat
voort. Dát had ik nog nooit meegemaakt! Door het bos (tussen Baarn en
Den Dolder) gingen de bomen, jongens van ruim 20 meter hoog, flink heen
en weer.
Ineens bekroop mij het gevoel dat je op een brommertje toch niet zo
heel veilig zat als zo'n boom het zou begeven. Met regenwater maar
vooral met zweet in mijn handen bereikte ik veilig de basis. Op de
verkeerstoren van EHSB (Soesterberg) vertelde mijn dienstdoende collega
dat er al windstoten tot 70 knopen waren waargenomen (zie de
registratie rechts), een regelrecht record voor een veld als
Soesterberg, in het binnenland gelegen. Gemiddeld schoot de wind uit
naar 48 knopen (over 10 minuten gemiddeld) , net aan een windkracht 10,
een zware storm dus. Na 19.00 uur nam de storm snel af en waren er
forse opklaringen aan het zwerk te zien. Heel bijzonder was de zeer
strakke achtergrens van de bewolking die bij het eerder gepasseerde
koufront overtrok. Het ging van geheel bewolkt binnen een kwartier naar
onbewolkt, zo markant heb ik dat later nooit
meer gezien."
Bronnen:
KNMI, Dundee, Koos Dros
Extremen De Bilt
Koudst: -12.6 (1942)
Warmst: 13.3 (1990)
Natst: 14.4 mm (1988)
Zonnigst: 7.7 uren (1933,1996)
26 januari ... barometers recordhoog .... vroege
eenden
Op 26 januari 1942 noteerde de Bilt de laagste etmaaltemperatuur van de
20e eeuw. Het gemiddelde kwam uit op -14.4 graden. Op 26 januari 1942
kwam de temperatuur in de Bilt niet hoger dan -11.2 graden.
Op 26 januari 2000 werden te Amstelveen 10 jonge eendjes gesignaleerd.
Het ging hier wel om verstadse eenden. En het was nog maar de vraag of
de eendenkuikens het zouden overleven. De eendjes hebben namelijk
insecten nodig en daar ontbreekt het in deze tijd nog aan.
Op 26 januari 1932 werd in de Bilt een recordhoge barometerstand
opgetekend. Het weerglas wees 1050 hpa aan.
Bron: Herman Dute en Jos Saanen
Extremen De Bilt
Koudst: -23.4 (1942)
Warmst: 12.2 (1995)
Natst: 22.9 mm (2002)
Zonnigst: 7.6 uren (1909)
27 januari ... dé allerlaagste temperatuur in
Nederland en.... uit de hongerwinter van '44 - 45
Op 27 januari 1942 werd te Winterswijk de laagste temperatuur ooit in
ons land gemeten. Dat wil zeggen op een officieel KNMI station. Het
kwik zakte in een ademloze atmosfeer en boven een dik sneeuwdek weg tot
-27.4 graden. Uit het dagboek van de trambestuurder te Rotterdam viel
het volgende te lezen. "27 januari, dinsdag. Het vriest weer even zo
vrolijk 10 graden. De sneeuw ligt in enorme bergen op de rand van de
trottoirs. Vanmorgen maakte ik een ritje van 2 1/2 uur van de Molenlaan
naar Spangen. Wind en sneeuw zijn opgehouden, het vriest echter 18
graden. Pompen in de verwarmde remise bevroren. Te Gees graaft men een
tram uit. Later weer sneeuw".
De grote hoeveelheden sneeuw werden veroorzaakt door een viertal
depressies, die over de Kanaalzone en noordelijk Frankrijk naar de
Alpen koersten. In het kielzog namen ze zachte lucht mee en die botste
op de aanwezige diepvrieskou. Het gevolg was bijna een week
onophoudelijk zware sneeuwval met veel wind. Toen de atmosfeer onder
een hogedrukuitloper vrijwel geheel tot rust kwam, kon het kwik in een
windstille atmosfeer wegglijden tot -27.4 graden in Winterswijk.
Op 27 januari 1917 werd onder ideale omstandigheden de Elfstedentocht
verreden.
In 1945 was het ook koud in de toen heersende hongerwinter. In Hallum
op Ameland werd op 27 januari -19.3 graden gemeten. Het Noord-Hollandse
Hoorn noteerde die nacht een laagste temperatuur van -17.6 graden.
Bron: Bar en Boos, Jan Buisman
Extremen De Bilt
Koudst:
-24.8 (1942)
Warmst: 12.4 (1983)
Natst: 19.8 mm (1977)
Zonnigst: 7.9 uren (1963)
28 januari ...temperatuurverschil: 1 hele goede
diepvriezer!
Een dag na de record-lage
temperaturen passeerde een zwakke storing ten noorden van ons land. Met
een naar zuidwest draaiende wind werd zachtere lucht aangevoerd. De
temperatuur steeg bij wat motregen naar +2 graden. Er was binnen 24 uur
derhalve een temperatuurstijging van maar liefst 30 graden. Een
dergelijk groot verschil binnen een etmaal is extreem voor ons klimaat.
In de VS komen die verschillen vaker voor.
Op 28 januari 1994 werden er zware windstoten geregistreerd in de
westelijke helft van het land. Er kwamen uitschieters van 126 km/uur
voor. Er ontstond hierdoor veel glasschade in het Westland, o.a.
Poeldijk en omgeving werden toen getroffen.
Extremen De Bilt
Koudst:
-12.6 (1947)
Warmst: 13.0 (2002)
Natst: 11.0 mm (1908)
Zonnigst: 7.9 uren (1996)
29 januari .... dichte mist .... de koude
hongerwinter.... en .. een boterzacht Limburg
Op 29 januari 1998 was er in de ochtend sprake van een dikke mist met
als gevolg veel kettingbotsingen. Op de A-73 bij Nijmegen vielen maar
liefst 22 gewonden.
Op 29 januari 1945, in de Hongerwinter, werd te Winterswijk een laagste
temperatuur gemeten van -16.5 graden. Daarentegen werd het op 29
januari 1955 in het Limburgse Buchten 15.5 graden en in Beek bij
Maastricht 14.8 graden. De Bilt noteerde toen 11.6. Op deze dag in 2002
werd het dagrecord gevestigd, max. 11.8 in De Bilt.
Extremen De Bilt
Koudst:
-13.7 (1947)
Warmst: 11.8 (2002)
Natst: 18.4 mm (1946)
Zonnigst: 7.9 uren (1987,1996)
30 januari .... de zonnige mobilisatiewinter ....
en een zware storm in Noord-Europa
Januari 1940 is tot op heden de zonnigste maand uit de 20e eeuw. De zon
had aan het einde van de rit 109 uur geschenen. Het was ook de koudste
januarimaand in de zeer strenge Mobilisatiewinter. De gemiddelde
etmaaltemperatuur kwam uit op -5.5 graden. Even ter vergelijking, tot
en met de 29e januari 2002 ligt het gemiddelde boven de 3 graden.Op de
30e werd de 7e Elfstedentocht verreden. De tocht liep door een
besneeuwd landschap en er stond een stormachtige oostenwind met strenge
vorst en driftsneeuw.
Op 30 januari 2000 werd het noorden van Europa getroffen door een zware
storm. Vooral in Denemarken kwam in het kustgebied van Jutland een
orkaan voor, windkracht 12 uit het westen tot noordwesten. In Nederland
haalde Vlissingen net windkracht 9, maar het 10-minuten gemiddelde
bleef net onder de 9, waardoor er bij ons van storm officieel geen
sprake was. Nieuw Beerta haalde nog een windstoot van 96 km per uur.
Extremen De Bilt
Koudst:
-12.4 (1947)
Warmst: 11.9 (1966, 2002)
Natst: 20.6 mm (1961)
Zonnigst: 8.1 uren (1987)
31 januari .... de watersnoodramp
Op de zaterdagmiddag van 31 januari 1953 was een
zeer actieve depressie onderweg van Schotland naar de Noordzee. Het
KNMI waarschuwde voor een zeer zware noordwesterstorm. De waarschuwing
werd mede gedaan omdat de storm samenviel met springtij en dat is een
zeer hoge waterstand na volle maan en ook na nieuwe maan, vandaar ook
de waarschuwing voor een hoge waterstand.
Al met al was het een nacht die op de volle maan volgde.
De aantrekkingskracht van zon en maan versterkten elkaar en zogen het
water hoog tegen de kusten van West-Europa op, het springtij. Dit alles
in combinatie met een storm uit het noordwesten, die op zaterdag al de
kusten van Schotland binnenviel, breed en langdurig met vlagen van
orkaankracht, uitschietend tot snelheden van 150 km/per uur. Breed en
langdurig dreef de storm in de smalle trechter van de Noordzee gestaag
het water uit het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan. Het steeg
hoger dan ooit tevoren en de ramp was compleet. In Den Helder werd
windkracht 10 gemeten (uurgemiddelde 97 km/uur) met een windstoot van
144 km/per uur. Vlissingen mat een hoogste uurgemiddelde van 75 km/uur
en kwam maar net tot windkracht 9. Daar werd het de eerste februari
maximaal 5.8 graden met een minimum van 1.9 graden.
Nadelig was dat de berichtgeving van het KNMI in de nachtelijke uren
moest worden gestaakt. In die tijd waren er in de nacht geen
radio-uitzendingen en de toenmalige Hoofd Operationele dienst de heer
Postma, vertrouwde de situatie niet, loste zijn collega de heer Bijvoet
af en bleef in de nacht doorwerken.
De
waterstanden waren zeer extreem: bij Hoek van Holland werd 385 cm boven
Normaal Amsterdams Peil (NAP) gemeten, terwijl volgens het
astronomische getij (bij normale omstandigheden, dus bij weinig wind)
80 cm was berekend. De extra verhoging door de storm was dus 305 cm.
Bij Vlissingen kwam het water tot +455 cm, dat was 250 cm meer. Bergen
op Zoom kwam zelfs tot 517 cm NAP, 117 cm hoger dan het kritieke peil!
Het gevolg was dat
op grote schaal dijken met name langs de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust
doorbraken en het land overstroomde. Ook stroomde een deel van het
wassende water het westen en noordwesten van Noord-Brabant binnen.
Een paar dagen later kon de eerste balans worden opgemaakt na één van
de kostbaarste rampen uit de Nederlandse geschiedenis, de grote
watersnoodramp van 1953 met 1835 doden.
De verantwoordelijke stormdepressie, die 30 januari nog boven IJsland
lag, had boven de Noordzee een kerndruk van 975 mbar of hPa, niet zo
extreem laag voor een stormdepressie. De boosdoener van het eigenlijke
windveld ontstond door grote luchtdrukverschillen die ontstonden door
de aanwezigheid van een hogedrukgebied ten zuidwesten van ons land.
De watersnoodramp gaf wel de aanleiding tot het ontwerpen van een plan
om de Nederlandse dijken beter en steviger te bouwen en zodanig dat we
beschermd zijn tegen het soms woeste water van onze Noordzee. Dat werd
in de jaren zestig het begin van de later wereldberoemde Deltawerken.
De
theorie
Het astronomisch getij wordt merendeel bepaald door de
aantrekkingskracht van de maan. De maan staat het dichtst bij de aarde
en oefent daarom de grootste aantrekkingskracht uit op het water dat de
aarde omhult. Als nu de zon en de maan met de aarde op één lijn staan
(bij nieuwe en volle maan) is de aantrekkingskracht het grootst en
spreekt men van springtij. Dan bereikt het zeewater zijn hoogste stand.
In combinatie met een noordwesterstorm komt het water nog veel hoger.
Er ontstaat dan met deze windrichting een lange windbaan (ook wel fetch
genoemd) die de zeegang en de deining hoog kunnen laten oplopen.
Hierbij is de richting, sterkte, de duur en de snelheid van de storm
bepalend. Een uitdiepende stormdepressie die niet zo snel van Schotland
naar het noorden van Denemarken koerst is de gevaarlijkste vorm.
TIP: een goed opgezette site over de
watersnoodramp is te vinden op http://people.zeelandnet.nl/voeveren/frameN.htm
Bronnen: Weer een eeuw, KNMI, K. van Oeveren
Extremen De Bilt
Koudst:
-13.2 (1917, 1956)
Warmst: 12.2 (1943)
Natst: 23.9 mm (1980)
Zonnigst: 8.2 uren (1911)